|
Op
13 oktober 2005 heeft het regionaal catecheseberaad van onze regio een eerste
ontmoetingsbijeenkomst gehouden voor allen die in de catechese werken. Deze
bijeenkomst vond plaats in Lopik.
Voor de opening van deze bijeenkomst heb ik een zevenarmige kaarsenstandaard
gemaakt.
Het is op het eerste gezicht een zevenarmige kandelaar zoals we die in vele
vormen kennen en waarbij het allereerst gaat om de zeven kaarsen. In deze kandelaar
gaat het allereerst om de “stam” waaruit de armen van de kandelaar als het ware
groeien. Deze stam is goud gekleurd en reikt met twee worteltenen tot in de
grond. Ze kan uit zichzelf niet staan en wordt daarom overeind gehouden door
twee stutbogen, zoals bij gotische kathedralen, in dit geval een kleine en een
grotere. De kleine is groen gekleurd en de grotere rood. En boven in deze boom
is plaats voor een dikke kaars.
Deze
goudgekleurde boom verbeeldt “de schat in de akker” die we als gelovigen gevonden
hebben en die we – onder de korenmaat vandaan - voor iedereen in het licht willen
stellen door er zelf een kaars op te branden en haar zo tot “een banier voor
de volken” te maken.
De kleine boog die deze boom schraagt, verbeeldt de vier kleinere parochies
van onze regio (Victor, Jacobus, Johannes en Bavo) die nog grotendeels agrarisch
zijn, vandaar de kleur groen. Zij omvatten samen een derde van het aantal parochianen
van onze regio.
De grotere boog die deze boom schraagt, verbeeldt de twee meer stedelijke parochies
van Nicolaas/IJsselstein en Tabor, vandaar de kleur rood van bebouwing, die
samen twee derde van het aantal parochianen van de regio vormen.
Aan deze stam zitten zes takken, in de vorm van drie bogen die ieder de zelfde
goud-kleur hebben als de stam zelf, en aan hun uiteinde ook een eigen kaars
kunnen dragen. Op de drie bogen is een blauwe baan aangebracht. Deze blauwe
banen op de armen of takken verbeelden de drie rivieren waardoor de zes parochie
naar buiten toe met elkaar verbonden zijn in hun gebied.

De zes armen verbeelden de zes parochies van onze regio die ieder op een
eigen manier “de schat” in het licht stellen. De onderste grote boog of twee
takken staan voor de Taborparochie van Nieuwegein en de Nicolaasparochie van
IJsselstein. De middelste boog of twee takken staan voor de Johannesparochie
van Montfoort en de Bavoparochie van Harmelen. De bovenste en kleinste boog
of twee takken staan voor de Jacobusparochie van Lopik/Cabauw en voor de Victorparochie
van Benschop. Daarbij vormen de grotere parochies een vangnet voor de kleinere,
terwijl ieder van hen haar eigenheid behoudt en een eigen licht uitdraagt.
De zes parochies zijn allereerst innerlijk met elkaar verbonden in de stam,
“de schat in de akker” en het Licht van Christus.
Hans Huitema
|